Resterende endogene insulinesecretie is in onderzoeksverband geassocieerd met een betere glykemische controle bij mensen met type 1 diabetes. De vraag is of dit verband ook aantoonbaar is in een real-world setting, en meer specifiek wat de relatie is tussen willekeurige C-peptidewaarden en glykemische controle, gemeten met behulp van continuous glucose monitoring (CGM), bij volwassenen met type 1 diabetes.
Methoden
Dit betreft een cross-sectioneel onderzoek bij volwassenen met type 1 diabetes die onder behandeling zijn in één behandelcentrum. Inclusiecriteria waren: een diabetesduur van meer dan één jaar, een random plasmaglucose >4 mmol/l op het moment van de C-peptidebepaling en een data-compleetheid van ≥70% van de FreeStyle Libre 2 CGM-metingen in de corresponderende maand.
Resultaten
945 individuen met type 1 diabetes werden geïncludeerd, met een mediane leeftijd van 45 jaar (33–57) en een mediane diabetes duur van 18 jaar (7–29). Van hen was 54% man; het mediane HbA1c
was 63 mmol/mol (54–73) (7.9% [7.1–8.8]). Hogere C-peptide waarden waren geassocieerd met gunstiger CGM uitslagen, waaronder een lagere ‘time below range’ (2% [1–5] bij een C-peptide <50 pmol/l vs 1% [0–3] bij een C-peptide 101–200 pmol/l), geringere glucose variabiliteit (glucose CV 37.5% [34.2–42.0] bij een C-peptide <50 pmol/l vs 32.5% [29.0–36.6] een -peptide 101–200 pmol/l), hogere time in range (45.0% [32.0–61.0] bij een C-peptide <50 pmol/l vs 55.0% [37.0–66.5] bij een C-peptide 50–100 pmol/l) en tenslotte gunstiger hyperglycemie-parameters (tijd > 13.9 mmol/l 20.0% [9.0–36.0] bij een C-peptide <50 pmol/l vs 10.0% [5.5–31.5] bij een C-peptide 50–100 pmol/l) (p<0.05). C-peptide ≥100 pmol/l was onafhankelijk geassocieerd met time below range <4% (OR 5.4, p<0.001), en een C-peptide ≥100 pmol/l was ook geassocieerd met het bereiken van een HbA1c van <53 mmol/mol (7%) (OR 1.8, p=0.043). Er werden geen significante glycemische verschillen gezien tussen mensen met C-peptide 0 pmol/l en 10–49 pmol/l.
Conclusie
Aanhoudende endogene insulineproductie correleert met een betere glykemische controle zoals gemeten met RT CGM bij volwassenen met type 1 diabetes. Een random C-peptide bepaling helpt daarnaast om in de routine praktijk volwassenen met type 1 diabetes te identificeren die makkelijker CGM en HbA1c doelen bereiken. Met name een C-peptide ≥100 pmol/l lijkt geassocieerd met positieve glykemische uitkomsten.
Relevantie voor de praktijk
Natuurlijk was het bekend dat persisterende C-peptide waarden geassocieerd zijn met een betere glykemische controle bij type 1 diabetes. Zie ook de publicatie van Coco Fuhri Snetlage et al in Diabetes Care 2024, waarin men met C-peptide metingen in de urine tot vergelijkbare uitkomsten kwam. In dat opzicht zijn de resultaten niet verrassend. Maar nuttig is misschien wel om ons te realiseren dat random C-peptide waarden ons in de routine praktijk kunnen helpen begrijpen waarom sommige patiënten juist wel of juist niet bepaalde doelen kunnen bereiken. Betekent dit nu dat random C-peptide bepalingen routine moeten worden op de diabetes polikliniek? ‘Moeten’ is te dwingend, maar duidelijk is wel dat C-peptide bepalingen ons begrip over het wel of niet halen van targets kan vergroten. Hopelijk komen er in de nabije toekomst succesvolle (immuun)interventies die gaan bijdragen aan het behoud van C-peptide-reserve.
Referenties
Stimson, R.H., Dover, A.R., Clarke, C. et al. Persistent C-peptide secretion is associated with favourable CGM metrics in adults with type 1 diabetes. Diabetologia 69, 59–68 (2026). https://doi.org/10.1007/s00125-025-06578-1
Coco M. Fuhri Snethlage, Nordin Hansen et al. Diabetes Care 2024;47(7):1114–1121 Residual β-Cell Function Is Associated With Longer Time in Range in Individuals With Type 1 Diabetes
