Gebruik van continue glucosemonitoring (CGM) leidt bij mensen met type 2 diabetes die behandeld worden met basale insuline tot betere glykemische uitkomsten dan traditionele zelfcontrole met vingerprikmetingen. Dat blijkt uit de FreeDM2 randomized controlled trial, waarvan de resultaten zijn gepresenteerd tijdens de 19e International Conference on Advanced Technologies & Treatments for Diabetes (ATTD).
Opzet studie
De FreeDM2-studie werd uitgevoerd op 24 locaties (1e en 2e lijn) in het Verenigd Koninkrijk en includeerde 303 volwassenen (CGM: 198, SMBG: 105) met type 2 diabetes die behandeld werden met basale insuline. De studie vergeleek continue glucosemonitoring met traditionele zelfmonitoring van bloedglucose (SMBG).
De deelnemers werden gerandomiseerd naar:
CGM n=198
SMBG n=105
De deelnemers gebruikten naast basale insuline ook andere glucoseverlagende medicatie, zoals een SGLT2-remmer of een GLP-1-receptoragonist.
Resultaten
Na vier maanden werd bij deelnemers die CGM gebruikten een significant grotere daling van HbA1c gezien (–0,6%; p<0,001) vergeleken met patiënten die hun glucosewaarden controleerden met vingerprikmetingen. Daarnaast brachten CGM-gebruikers gemiddeld 2,5 uur per dag meer door binnen het streefbereik (70–180 mg/dL).
Volgens de onderzoekers waren deze verbeteringen grotendeels het resultaat van zelfmanagement door deelnemers, waarbij realtime glucosegegevens werden gebruikt om dagelijkse beslissingen over voeding, insulinedosering en lichamelijke activiteit te ondersteunen.
Relevantie voor de praktijk
Prof. dr. Goos Laverman bespreekt de relevantie van deze studie voor de Nederlandse praktijk.
De volledige resultaten van de studie worden binnenkort gepubliceerd.
Resultaten zijn gepresenteerd tijdens de 19th International Conference on Advanced Technologies & Treatments for Diabetes (ATTD), 12 maart 2026.