Tijdens het EASD-congres in Milaan werden de resultaten gepresenteerd van EDENT1FI, een Europees consortium dat in acht landen met één gemeenschappelijk protocol kinderen screende op vroege type 1-diabetes. Type 1-diabetes kent presymptomatische stadia (stadium 1 en 2) die voorafgaan aan de klinische diagnose (stadium 3). Vroege opsporing verlaagt het risico op ketoacidose bij diagnose en wint aan belang nu ziektemodificerende behandelingen zoals teplizumab beschikbaar komen.
Methoden en belangrijkste resultaten
In Tsjechië, Denemarken, Zweden, Duitsland, Italië, Polen, Portugal en het VK werden kinderen van 2 tot 17 jaar (in Duitsland 2 tot 10 jaar) in capillair bloed gescreend op eilandjesautoantistoffen. Bij ten minste twee autoantistoffen volgden bevestiging op veneus bloed en metabole stadiëring.
In totaal werden 140.568 kinderen gescreend (mediane leeftijd 7,6 jaar), van wie 7,3% een eerstegraads familielid met type 1-diabetes had. Vroege type 1-diabetes werd gevonden bij 2,13% van de kinderen met (ongeveer 1 op 45) en 0,32% van de kinderen zonder familielid (ongeveer 1 op 350). Bij kinderen zonder familielid varieerde de prevalentie van 0,22% in Duitsland tot 0,47% in Zweden, deels door leeftijdsverschillen: de prevalentie steeg van 0,22% onder de 4 jaar naar 0,40% bij 8 tot 13 jaar. Van de gestadieerde kinderen had 78% stadium 1, 18% stadium 2 en 4% al stadium 3.
Conclusie en relevantie voor de dagelijkse praktijk
Screening op eilandjesautoantistoffen bleek met één protocol uitvoerbaar in landen met uiteenlopende zorgsystemen. Omdat de meeste gevallen voorkomen bij kinderen zonder familielid met type 1-diabetes, mist screening van alleen familieleden het merendeel. De onderzoekers adviseren populatiescreening op 2 tot 4 jaar en, bij een negatieve uitslag, opnieuw op 6 tot 8 en 10 tot 15 jaar. Kanttekeningen zijn de verschillen in leeftijdsgrenzen tussen locaties en het feit dat slechts 61% van de positief gescreende kinderen werd gestadieerd. Gegevens over deelname, kosten en psychosociale impact moeten uitwijzen of en hoe landelijke invoering haalbaar is.




